| De schilder |
Een schilder is iemand die het houtwerk of andere materialen van een gebouw van
een verflaag voorziet.
Geschiedenis
In de middeleeuwen was de schilder lid van een gilde. De meesterschilder werkte
met zijn gezellen aan het onderhoud van de gebouwen. Daarnaast moesten de
schilders het heraldisch wapen van de stad op de wapenschilden aanbrengen. Hier
komt waarschijnlijk de naam schilder vandaan. Het kan echter ook slaan op de
aangebrachte beschermlaag (schild = bescherming).
Functie van schilderwerk
De schilder verft onderdelen van een gebouw of constructie om het te beschermen
tegen corrosie, weersinvloeden en andere agressieve vormen van aantasting van de
ondergrond. Het materiaal kan variėren van hout, steen en metaal tot
kunststoffen. Schilderen heeft tevens ook de functie om de ondergronden welke
worden geschilderd te verfraaien door met de kleuren te werken Schilderen kan
ook dienen om iets te signaleren, er de aandacht op te vestigen. Denken we hier
bijvoorbeeld aan gele buizen die aangeven dat deze voor gas zijn. Het is tevens
de aangewezen manier van verfraaiing, omdat verf in een veelheid aan kleuren
geleverd wordt. Ook een transparante afwerking met lak of beits kan deze vakman
verzorgen. Het laatste doet men als het onderliggende materiaal te mooi of te
kostbaar is om met een kleurlaag te verbergen. Naast schilderen houdt hij zich
vaak ook nog bezig met behangen, structuren en glas zetten.
Verf
In de zestiger jaren luidde de definitie van schilderverf: Verf is een vloeibaar
pigment bevattende massa dat in dunne lagen over voorwerpen wordt aangebracht
ter bescherming of verfraaiing daarvan en daarop bij kamertemperatuur een vaste
laag vormt. Inmiddels hebben ontwikkelingen er toe bijgedragen dat we met "kamertemperatuur"
niet zoveel meer te maken hebben. Immers, zodra het vorstvrij is kunnen we
schilderen. Van met vocht uithardende prepolymeren zijn 1 komponentige
polyurethan verven (lakken/coatings) ontwikkelt die zich ook beneden het
vriespunt laten verwerken, drogen en uitharden. Ook is de natte verflaag van
deze producten direct met water belastbaar. Zelfs dompeling in water doet de
verflaag drogen en uitharden, immers, het gebruikt juist vocht om te reageren (uit
te harden). Al hoewel deze verven zich ook met de kwast laten verwerken wordt
een duurzamere bescherming van metaal verkregen door airles-spray applikatie
vanwege het realiseren van een dikkere laag (ca. 250 tot 400 micrometer droge
verflaagdikte).
In het algemeen veroorzaken te hoge relatieve vochtigheid en/of te hoge (oppervlakte)
temperatuur bij conventionele verfprodukten negatieve invloeden op het
eindresultaat.
Verf is verkrijgbaar in vele kwaliteiten, kleuren en soorten. Tegenwoordig is
naast de traditionele verf op basis van lijnolie of alkydhars ook oplosmiddel
arme verf, high solid verf (verf met een hoog vaste stof gehalte) en verf te
koop op waterbasis, zoals acrylverf en latexverf. Het gebruik van deze
verfsoorten is veel minder schadelijk, omdat een oplosmiddel als terpentijn of
terpentine ontbreekt. Als weekmaker wordt bij alkydhars meestal terpentine
gebruikt. De moderne kunststoflakken zijn meestal op waterbasis. Er zijn ook
lakken die als basis natuurlijke grondstoffen hebben.
Maar ook de industrie verwerkt verf. Zo stelt de houten meubelindustrie andere
eisen aan verf dan de stalen meubelindustrie en bevat het verfreceptuur van
betonverf andere ingrediėnten dan die van leerverf.
De meest milieuvriendelijke verf is poederverf, ook poederlak of poedercoating
genaamd. Deze verf is niet vloeibaar maar wordt geleverd in poedervorm. De
poederdeeltjes bevatten bindmiddel, pigment en hulpstoffen. De meest gangbare
verwerkingsmethode is via elektrostatisch spuiten. Het voorwerp wordt daarbij
elektrisch geaard en de poederverf wordt via een luchtmengsel naar het object
verspoten (verneveld) waarbij het tijdens het verlaten van het spuitpistool
elektrostatisch wordt geladen. Deze poederverfdeeltjes laten zich nu door het
geaarde voorwerp aantrekken en slaan daarop neer. Hierdoor wordt ook deels de
achterzijde van het voorwerp met poederverf bedekt hetgeen tijdens conventioneel
verfspuiten anders als overspray verloren zou zijn gegaan. Vervolgens gaat het
voorwerp met daarop poederlak een op 140°C tot 220°C ingestelde oven in. Tijdens
de opwarmfase veranderen de vaste poederlakdeeltjes eerst naar vloeibare (verf)vorm
waarna het, bij toegenomen temperatuur, vervolgens stroperig wordt en ten slotte
uithardt tot vast verffilm. Poederlak wordt in z'n breedste vorm toegepast op
verschillende metalen variėrend van dun plaat- en profielmateriaal tot en met
zwaar konstructiestaal. Inmiddels wordt poederlak op bescheiden schaal toegepast
op hout (mdf / hdf).
Poederverf bevat geen oplos- en/of verdunningsmiddel en is volledig vrij van
zware metalen zoals bv. loodchromaat voor gele kleuren. Ook voor het 3 tot 5%
aanwezige bezwaarlijke TGIC (verharder in buitenbestendig polyesterpoederlak dat
tijdens het moffelen vrij komt en poederlak doet uitharden) zijn inmiddels
vervangers ingezet. Kortom, poederlak is zeer milieuvriendelijk maar moet altijd
gemoffeld worden en dus kost energie (gas). De duurzame eigenschappen (ook dat
maakt poederlak millieuvriendelijk) en vele kleurmogelijkheden hebben toepassing
van poederlak in de utiliteits- en woningbouw alsmede industrie populair gemaakt.
Voorbehandeling
De voorbehandeling van de ondergrond is belangrijk. Deze moet goed glad worden
gemaakt door deze te schuren. Ook moet ze stof- en vetvrij zijn. Als er sprake
is van slechte hechting van de verf moet de ondergrond voorbehandeld worden met
een primer of een voorstrijkmiddel, die hechting wel mogelijk maakt.
Poederverf (poederlak/poedercoating) voor metalen wordt aangebracht op
gestraalde of chemisch voorbehandelde ondergronden. Deze voorbehandelingen
moeten aan hoge kwaliteitsnormen voldoen.
Werkwijze
Bij nieuw houtwerk en conventionele schilderverf is de werkvolgorde als volgt:
vettige of harsachtige ondergrond schoon maken
schuren ( met korrel 120 )
grondverven
gaten stoppen en plamuren, naden kitten met acryl kit
schuren ( met korrel 120 )
stofvrij maken
voorlakken ( met 50% grondverf 50% afschilderverf )
licht schuren ( met korrel 320 )
stofvrij maken
aflakken
tweede keer aflakken (als dat nodig is voor versterking en goede bescherming)
Tussen de diverse bewerkingen dient de voorgeschreven droogtijd in acht te
worden genomen.
Verf kan met een kwast, een roller of met een spuit worden opgebracht. In
vroegere tijden gebruikte men ook een puimsteen, om te schuren 'in de natte verf'.
Opleiding
Opleiding tot schilder kan in Nederland bij een regionaal opleidingencentrum
(ROC).
|
|
|